Woelrat

Uiterlijk
Grijsbruin tot zwart gekleurd
- Plomp gebouwd, stompe snuit, in de vacht verborgen oren en ogen
- Volwassen 140 tot 200 mm lichaamslengte
Korte, behaarde staart van 80 tot 140 mm

Leefwijze
‘ Knagen aan zachtere, ondergrondse plantendelen van knol- en bolgewassen en aan wortels
‘ Schuilplaatsen: in waterrijke streken worden vanuit slootkant zelfgegraven gangen gemaakt; gangenstelsel kan zeer uitgebreid zijn, tot 100 m lengte; soms worden oude mollengangen gebruikt
‘ Gangen op 10 tot 20 cm diepte, nesten en voorraadkamers op 50-60cm diepte
Sporen: knaagsporen bij aangevreten wortels duidelijk zichtbaar dat van onderaf gegeten is (i.t.t. de bruine rat, die graaft en knaagt van de oppervlakte naar beneden)

Schade
Vooral in jonge boomgaarden aanzienlijke schade (wortelscheuten)
Bloembollenvelden, witlofpercelen, winterwortel- en waspeenteelt