Veldmuis

Uiterlijk
Rug bruin tot grijsbruin, soms kleurvariaties tot zwart toe, buik lichter tot lichtbruin
Plompe bouw, stompe snuit, in de vacht verborgen oren en ogen; maakt een kortharige, gladde indruk
Volwassen: 9,5 tot 12cm lichaamslengte
Staartje veel korter dan lichaam (ca. 1/3 lichaamslengte); lengte staart 4,5 cm
Pasgeboren veidmuisjes zijn kaal en blind

Leefwijze
Uitstekende graver; leeft bij voorkeur op droge, zonnige en beschutte plaatsen; vooral met ruige en dichte plantengroei
Voedsel: graangewassen, bollen, aardappelen, kool, wortels en ook boomschors
Schuilplaatsen: ondergronds in zelfgegraven holen. Meestal horizontaal, maar soms loodrecht of schuin omlaag tot wel 60 cm diepte; nesten op 15 tot 30 cm;
De uitgangen van het nest zijn altijd geopend en onderling verbonden door - voor de veldmuis typerende- looppaadjes.
‘ Sporen: holen, uitwerpselen 0,4 tot 0,8 cm lang, 0,2 cm dik, groenachtig, rond holen en bij ‘eetplaatsen’
Veidmuizen klimmen en springen zelden of nooit

Schade
Knaagschade aan de bast aan de voet van jonge bomen
Overbrengen van modderkoorts
Schade in weilanden door ondermijnen van de grasmat of het bouwland door knagerij
Schade in boomgaarden kan zeer aanzienlijk ‘ijn (ringen van de bomen)