Tuinmieren


Uiterlijk
De werksters van tuinmieren zijn alle 0,3 tot 0,4cm lang (Alleen de glanzende houtmier is meestal iets forser tot ca. 0,5 cm); antennen altijd geknikt
De koninginnen zijn gevleugeld, groter dan de werksters
Ook de mannetjes zijn gevleugeld, maar kleiner dan de werksters
De kleuren zijn ongeveer zoals de Nederlandse namen aangeven, de glanzende houtmier bijvoorbeeld is zwart glanzend

Leefwijze
Koninginnen en mannetjes ondernemen met grote aantallen tegelijk in de zomer een “bruidsvlucht”, hierbij bevruchten de mannetjes de koninginnen
De mannetjes sterven na de bruidsvlucht, de koninginnen gaan nieuwe nesten inrichten
Uit de gelegde eitjes komen weer werksters
Tuinmieren voeden zich met andere insecten en met zoetigheid. Zo verzamelen ze bijvoorbeeld honingdauw, een uitscheidingsproduct van bladluizen
De glanzende houtmier heeft vaak nesten in rottend hout onder de grond
Nesten vooral buiten, van waaruit de werksters soms terecht komen in woningen