Mol

Uiterlijk
Lichaamslengtel 3 tot 15 cm; staartlengte 2,5 tot 4 cm; gewicht 30 tot 60 gram
Kleurvariaties van pels mogelijk van wit, lichtbruin tot goudkleurig. Normaal zwart
Haren van de pels vertonen geen groeirichting; dus altijd glad (t.b.v. verplaatsing van de mol door de gang)
Tastharen bevinden zich op de punt van de staart en aan de buitenrand van de graaf poten
Brede poten met lange, brede nagels; handpalmen zijn naar buiten gericht

Leefwijze
De mol leeft solitair in een eigen gangenstelsel
Oppervlakkige gangen graaft een mol met een snelheid van 12 tot 15 meter per uur, bij voorkeur in losse, humusrijke grond waarin ook veel wormen zitten en waar de grondwaterstand niet te hoog is
Mollen kunnen behalve goed graven, ook goed zwemmen en klimmen
Ze leven van wormen en insectenlarven die in hun gangen terechtkomen
De mol kan zich achterwaarts door de gang verplaatsen
‘ Jonge mollen verplaatsen zich bovengronds

Schade
Molshopen in moestuinen, gazons, sportvelden en ook in pas gezaaide akkers