Hoornaar

Uiterlijk
Gele en zwarte dwarstekening op achterlijf, kop, borststuk en eerste segment achterlijf roodbruin tot donkerbruin; werksters 1,7 tot 2,4cm lang, darren 2,1 tot 2,8 cm; larven wit en pootloos
Op de zijkanten van de wespenkop bevinden zich grote langwerpige facetogen met aan de bovenzijde van de kop een drietal bijogen; bij de hoornaar is de kop achter de ogen sterk verbreed
2 stevige zijwaarts bewegende kaken (mandibels) met daaronder monddelen waarmee de wesp kan likken en zuigen; 2 paar doorzichtige vleugels
‘ Overgang van borststuk naar achterlijf sterk ingesnoerd (“wespentaille”)

Leefwijze
Bij het optreden van de eerste nachtvorst sterven de nestbewoners behalve de jonge koninginnen
Eiwit- en suikerhoudend voedsel, vooral voor het voeden van de larven
Hoe hoger de luchttemperatuur, des te actiever de wespen; een nest wordt gebouwd op een niet-vochtige plaats, altijd bovengronds, doorsnede van 20 tot 35cm
Hoornaars kunnen schadelijk zijn voor bijenhouders (steken de bijen dood en zuigen vervolgens de honing uit hun maag)
Een hoornaarnest kan in de loop van het jaar uitgroeien tot 4.000 bewoners
Hoornaars leven ook van rupsen en spinnen die ze uitzuigen; daarmee voeden ze de larven

Schade
Hoornaars kunnen hinderlijk zijn en soms pijnlijke steken toebrengen
De hoornaar is ‘vriendelijker’ dan de meeste wespensoorten; hoornaars zullen alleen steken als ze bekneld raken of als men ze aanraakt
Het hoofdbestanddeel van gifwespen bestaat uit histamine en apitoxine; een steek is meestal ongevaarlijk behalve als de steek direct in een bloedvat plaatsvindt of als men overgevoelig is voor deze giftige stoffen
Wordt een persoon na een wespensteek bleek, onpasselijk of duizelig, ga dan direct naar de huisarts of EHBO bij een ziekenhuis