Bosmuis

Uiterlijk
Rug licht-geelbruin tot donkerbruin, buik licht van kleur; rug en buikzijde zijn gemarkeerd door oranje-bruine scheidingslijn
Flinke muis, spitse snuit, grote uitstaande oren, lange staart, grote, zwarte ogen
Volwassen 7,4 tot 10,7cm lichaamslengte; staart 7,3 tot 11,5cm

Leefwijze
Graven en klimmen
Door hun lange achterpoten uitstekende springers: 60 65 cm hoog en 40 - 80 cm ver
Voedsel: groene plantendelen, noten, zaden, insecten, wormen, enz.
Voorkeur voor bosranden met dichte ondergroei, open bosplekken met struikgewas, ook in aangrenzende tuinen met bomen en struikgewas
Nest met 2 of 3 ingangen en een voorraadkamer, soms 1 meter diep

Schade
‘ Bloemkwekerijen: knaagschade aan knoppen van bloemen (dahlla’s, trosanjers, gerbera’s, rozen)
Land- en tuinbouw: vraat van bietenzaadjes
Soms knagen aan consumptienoten en gedroogde vruchten
‘ Geuroverlast (lijkt op wildgeur)